Drie personen stappen uit een zwarte Volkswagen Golf, geparkeerd op de parking van het grootwarenhuis DELHAIZE. Ze begeven zich naar de ingangsdeur van het grootwarenhuis.
Tijdens hun verplaatsing neemt een van de drie daders een man in gijzeling, en plaatst de loop van zijn wapen in zijn nekstreek. De gegijzelde persoon wordt verplicht voor de dader uit te lopen, in de richting van beide mededaders, die zich reeds ter hoogte van de ingangsdeur van de winkel bevinden. Ze betreden samen de winkel en begeven zich onmiddellijk naar de eerste kassa.
De gerant, die de daders tegemoetkomt, wordt onmiddellijk neergeschoten. Hierbij wordt ook een bediende van het grootwarenhuis gekwetst.
Een van de overvallers neemt plaats ter hoogte van de kassa's met zijn gijzelaar. De twee mededaders begeven zich naar de burelen. De dader, ter hoogte van de kassa's, lost een schot en verplicht een kassierster om de kassa's te ledigen. Het geld wordt in een plastic zak gedaan.
De twee mededaders bevinden zich ondertussen ter hoogte van de burelen. Een van hen bewaakt de gang naar de winkel, de andere gaat het lokaal binnen waar het geld wordt bewaard. Deze dader neemt het beschikbare geld en steekt dit in een plastic zak. Vervolgens laat deze de brandkoffer openen die hij eveneens leegmaakt.
Daarna vervoegen beide daders de derde en verlaten samen de winkel, dit nog altijd met hun gijzelaar.
Eens in hun (vlucht)voertuig, wordt de gegijzelde persoon op de parking achtergelaten.


